
Maak je
eigen startpagina over bv. je sport, je eigen naam, je hobby, jouw idool, je favorieten, je verzameling, je interesse, je tips, je werk of iets anders.
Klik hier hoe je kan beginnen.
Of controleer eerst hieronder of je domein nog vrij is:
|
|
|
| Alles Over Geld
'Geld maakt niet gelukkig', zegt het spreekwoord. Dat klopt, maar het helpt wel, natuurlijk. Dat is zeker zo in onze tijd. Want zonder geld kun je de spullen niet kopen die je elke dag nodig hebt. Dat is lang niet altijd zo geweest...
|
|
|
Ben je wel eens op vakantie naar
het buitenland geweest? Wat viel je toen op?
Inderdaad, je moest eerst je Nederlandse geld omwisselen voor het buitenlandse
geld. Het nadeel daarvan is dat je eerst naar de bank of naar de
omwisselkantoren moest om het geld te wisselen. Op zich is dat nog niet zo
vervelend, maar als het nou keihard regent? Of de bank zit dicht? Dan wordt het
al minder leuk en als de bank dan ook nog eens niet genoeg buitenlands geld
heeft, dan is het al helemaal een groot probleem. Kan je nog eens een keer
terug komen.
Gelukkig is nu de euro ingevoerd
en kun je daarmee betalen in de Europese landen. Wij hebben de euro ook als
betaalmiddel, dus je bent van al die problemen af. Je kunt gewoon naar het
buitenland gaan zonder het geld eerst om te wisselen.
Handiger kan toch gewoon niet?
We zijn nu wel helemaal met de euro bezig, maar weten we nog wel wat de
vroegere munten en bankbiljetten van de Europese landen zijn?
Het lijkt nu zinloos, maar toch is
het wel leuk om te weten. Zo kan je altijd nog eens terug denken aan die goede oude
tijd van voor de euro. Dus als je vergeten bent hoe de Nederlandse gulden er
ook al weer uit ziet, dan kan je even op deze site kijken.

Hier komen de vroegere munten en waarden van de eurolanden.
Wat nu 2 euro is, was:
Portugal: Escudo 400,964 PTE. België: Frank 80,6798 BET. Nederland: Gulden
4,40742 NLG.
Luxemburg: Frank 80,6798 LUF. Finland: Markka 11,89146 FIM. Spanje: Peseta332,772 ESP.
Oostenrijk: Schilling 27,5206
ATS. Ierland: Pond1,575128 IEP. Duitsland: Mark3,91166 DEM.
Italie:
Lire 3872,54 ITL. Frankrijk:
Frank 13,11914 FFR.
2 euro heeft de kenmerken:
- diameter: 25,75 mm
- dikte: 2,10 mm
- gewicht: 8,5 gr
- randschrift: God zij met ons
- kleur: rand : grijs, binnen: geel

Wat nu 1 euro is, was:
Portugal: Escudo 200,482 PTE. België: Frank 40,3399 BEF. Nederland: Gulden
2,20371 NLG.
Luxemburg: Frank 40,3399 LUF. Finland: Markka 5,94573 FIM. Spanje: Peseta 166,386 ESP.
Oostenrijk: Schilling 13,7603
ATS. Ierland: Pond 0,787564 IEP. Duitsland: Mark 1,95583 DEM.
Italie:
Lire 1936,27 ITL. Frankrijk:
Frank 6,55957 FFR.
1 euro heeft de kenmerken:
- diameter: 23,55 mm
- dikte: 2,33 mm
- gewicht: 7,5 g
- rand: onderbroken kartel
- kleur: rand: geel, binnen: grijs
|
|
|
Lange tijd gebruikten de mensen kralen, vee, schelpen,
rijst en zout als geld. Nadat deze goederen lang als geld waren gebruikt,
kwamen de mensen erachter dat geld aan vier voorwaarden moest voldoen:
1 - iedereen zou moeten weten dat het geld
was
2 - het moest duurzaam zijn (het zou lang goed moeten blijven)
3 - het zou iets moeten zijn dat niet al te groot is en waar je niet al te veel
van bij je zou moeten hebben, maar het zou wel veel waard moeten zijn
4 - er zou niet teveel van moeten zijn, anders zou het minder waard kunnen
worden.

Zilver en goud bleken het meest geschikte
geld. Iedereen wist dat voortaan het geld zou zijn, je kon het heel lang
bewaren, het is niet echt groot, je hoeft er niet zoveel van bij je te hebben
en er was niet zo heel veel van beschikbaar. Zo zou het niet ineens veel minder
waard kunnen worden.

In het begin gebruikte men klompjes zilver en goud. Hoe zwaarder het klompje
was, hoe meer je ervoor kon krijgen. Met deze klompjes werd erg veel bedrog
gepleegd. Er waren bijvoorbeeld mensen die in een klompje goud een steen
stopten, zodat het zwaarder zou worden.
Daarom ging de overheid zich ermee bemoeien. Zij zorgde ervoor dat er platte
muntjes van het zilver en goud geslagen werden, met een stempel erop. Op deze
stempel stond onder andere het gewicht van de munt. Daaraan zou iedereen kunnen
zien dat het om echt geld ging en kon er geen bedrog meer mee gepleegd worden.

Omdat deze munten erg veel waard waren brachten kooplieden hun geld vaak naar
een bepaalde plaats. Daar werd hun geld bewaard en kregen kooplieden een
papiertje waarop stond hoeveel geld ze afgegeven hadden. Zo zijn dus de eerste
banken ontstaan.
Met het papiertje dat de kooplieden in ruil voor het geld kregen konden ze
later het geld weer ophalen. Ook konden ze ermee betalen. Deze papiertjes waren
dus de eerste bankbiljetten.
Goud en zilver waren erg veel geld waard en
voor kleinere aankopen konden ze dus moeilijk gebruikt worden. Daarom werden er
ook munten van goedkoper materiaal zoals ijzer en koper geslagen.
In het begin waren veel munten zelf dus erg veel waard, omdat ze van goud of
zilver gemaakt waren. Later maakte de overheid de munten van goedkopere
materialen. Deze munten waren zelf niet veel meer waard, het ging toen niet
meer om de waarde van het materiaal waar de munt van gemaakt was maar om het
bedrag dat op de munt geslagen was.

|
|
|
Beantwoord
de 8 vragen.
Lees hier jouw score!
Aantal vragen dat je in één keer goed hebt beantwoord:
|
1. Wat bedoelen we
met ruilgeld?
|
|
2. Wat werd er
daarna gebruikt om iets te betalen?
|
|
3. Waarom bleek
zilver en goud het geschikte geld te zijn?
|
|
4. Waren de
munten later nog veel waard?
|
|
|
|
6. Hoeveel
euromunten zijn er en hoeveel bankbiljetten?
|
|
7. Wat zijn de
echtheidskenmerken van de bankbiljetten?
|
|
8. Wat staat op
de rand van een 2 euromunt?
|
|
|
De euro
Op 1 januari 2002 is de euro het betaalmiddel in Nederland en nog elf andere
landen.
Het symbool voor de euro is €.

De landen die meedoen aan
de euro
Er zijn twaalf landen waar je met de euro kunt betalen.
Duitsland, Ierland, Nederland, Griekenland, Finland, Luxemburg, Oostenrijk,
Frankrijk, België, Italië Portugal en Spanje.
Je kunt deze landen onthouden door het ezelsbruggetje DING FLOF BIPS te
gebruiken. Dit zijn de beginletters van de landen waar je met de euro kunt
betalen.
Als je dus in deze landen op vakantie gaat, kun je met de euro betalen. Lekker
makkelijk, want je hoeft geen geld meer te wisselen!
De euromunten
Er zijn acht euromunten. De kleur, dikte en de maat van de munten zijn
verschillend. Ook voor blinden en slechtzienden zijn ze zo goed herkenbaar. De
twaalf landen die meedoen aan de euro, hebben elk een eigen nationale zijde van
de euro ontworpen. De nationale zijde is dus voor elk land verschillend. De
Europese zijde is in alle landen hetzelfde.
Eurobankbiljetten
Er komen zeven eurobankbiljetten. De bankbiljetten zijn in alle eurolanden
hetzelfde. Elk bankbiljet heeft een eigen kleur en formaat. De biljetten van 5
euro zijn het kleinst en van 500 het grootst.
De eurobiljetten hebben een aantal echtheidskenmerken. Daaraan kun je zien dat
ze echt zijn.
Het watermerk en de veiligheidsdraad zijn van die echtheidskenmerken. Je kunt
ze zien als je een eurobiljet tegen het licht houdt. Probeer maar eens!
Waarom de euro?
Zoals je misschien al weet, wordt er gewerkt aan de eenwording van Europa. Een
aantal jaren geleden werden de grenzen in Europa al opengesteld. En nu is dus
de euro ingevoerd. De euro draagt ook bij aan eenwording van Europa.
De euro heeft een aantal
voordelen:
als je op vakantie gaat in het buitenland, hoef je geen geld meer te wisselen.
Je hoeft de prijzen in het buitenland niet steeds om te rekenen en je weet dus
meteen hoe duur iets is. Je kunt nu ook de prijzen in het buitenland
makkelijker vergelijken met de prijzen van producten in Nederland.
Wat is de euro
waard?
Eén euro is precies 2,20371 gulden waard. Afgerond is dat f2,20
Omrekenen van euro naar
gulden
Als je in de winkel een bedrag in euro's ziet en je wilt ongeveer weten hoeveel
dit is in guldens kun je dit omrekenen.
Als je het bedrag precies wilt weten, vermenigvuldig je het bedrag met 2,20371.
Omdat dit moeilijk uit je hoofd uit te rekenen is, is er een makkelijkere
manier.
Je hebt bijvoorbeeld het bedrag €12,00. Dit wil je omrekenen naar guldens.
Eerst vermenigvuldig je het bedrag met 2. Dit wordt dan 24,00. Dan neem je 10%
van dat bedrag. Dat is nu dus 10% van 24,00 is 2,40. Dan tel je dit op bij
24,00. Samen wordt dit f26,40.
|
|